Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

impliceren vervoegen




NL: impliceren
Synoniemen: betekenen

DE: implizieren
EN: implicate, imply
FR: impliquer

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geïmpliceerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik impliceer
jij impliceert
hij impliceert
wij impliceren
jullie impliceren
zij impliceren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geïmpliceerd
jij hebt geïmpliceerd
hij heeft geïmpliceerd
wij hebben geïmpliceerd
jullie hebben geïmpliceerd
zij hebben geïmpliceerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik impliceerde
jij impliceerde
hij impliceerde
wij impliceerden
jullie impliceerden
zij impliceerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geïmpliceerd
jij had geïmpliceerd
hij had geïmpliceerd
wij hadden geïmpliceerd
jullie hadden geïmpliceerd
zij hadden geïmpliceerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal impliceren
jij zult impliceren
hij zal impliceren
wij zullen impliceren
jullie zullen impliceren
zij zullen impliceren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geïmpliceerd hebben
jij zult geïmpliceerd hebben
hij zal geïmpliceerd hebben
wij zullen geïmpliceerd hebben
jullie zullen geïmpliceerd hebben
zij zullen geïmpliceerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou impliceren
jij zou impliceren
hij zou impliceren
wij zouden impliceren
jullie zouden impliceren
zij zouden impliceren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geïmpliceerd hebben
jij zou geïmpliceerd hebben
hij zou geïmpliceerd hebben
wij zouden geïmpliceerd hebben
jullie zouden geïmpliceerd hebben
zij zouden geïmpliceerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
impliceer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/impliceren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald