EN: to impartNL: impart (make one's opinion known): verkondigen, mening kenbaar maken
DE: impart (make one's opinion known): erklären, sein Meinung geben
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
imparting
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I impart you impart he imparts we impart you impart they impart
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have imparted you have imparted he has imparted we have imparted you have imparted they have imparted
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I imparted you imparted he imparted we imparted you imparted they imparted
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had imparted you had imparted he had imparted we had imparted you had imparted they had imparted
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will impart you will impart he will impart we will impart you will impart they will impart
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have imparted you will have imparted he will have imparted we will have imparted you will have imparted they will have imparted
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would impart you would impart he would impart we would impart you would impart they would impart
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have imparted you would have imparted he would have imparted we would have imparted you would have imparted they would have imparted
|