MWB Online woordenboek
 

Vertalen

Woorden (Hoofdpagina)
Tekst
Vaakst vertaald

Ontspanning

Puzzelwoorden
Woordspellen
Rijmwoordenboek

Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

Spelling

Spellingalfabet
Goed en Fout
Spellingcontrole

Varia

Dialecten
Encyclopedie
Symbolen en ALT-codes
Tellen in andere talen
Themawoordenboeken
This site in English

Taalportalen

NL | DE | EN | ES | FR

De website

Partners | Contact | Privacy

Vervoegen: immuniseren

NL: immuniseren

NL: immuniseren
Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geïmmuniseerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik immuniseer
jij immuniseert
hij immuniseert
wij immuniseren
jullie immuniseren
zij immuniseren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geïmmuniseerd
jij hebt geïmmuniseerd
hij heeft geïmmuniseerd
wij hebben geïmmuniseerd
jullie hebben geïmmuniseerd
zij hebben geïmmuniseerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik immuniseerde
jij immuniseerde
hij immuniseerde
wij immuniseerden
jullie immuniseerden
zij immuniseerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geïmmuniseerd
jij had geïmmuniseerd
hij had geïmmuniseerd
wij hadden geïmmuniseerd
jullie hadden geïmmuniseerd
zij hadden geïmmuniseerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal immuniseren
jij zult immuniseren
hij zal immuniseren
wij zullen immuniseren
jullie zullen immuniseren
zij zullen immuniseren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geïmmuniseerd hebben
jij zult geïmmuniseerd hebben
hij zal geïmmuniseerd hebben
wij zullen geïmmuniseerd hebben
jullie zullen geïmmuniseerd hebben
zij zullen geïmmuniseerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou immuniseren
jij zou immuniseren
hij zou immuniseren
wij zouden immuniseren
jullie zouden immuniseren
zij zouden immuniseren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geïmmuniseerd hebben
jij zou geïmmuniseerd hebben
hij zou geïmmuniseerd hebben
wij zouden geïmmuniseerd hebben
jullie zouden geïmmuniseerd hebben
zij zouden geïmmuniseerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
immuniseer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/immuniseren


Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Vervoeg

Typ een werkwoordsvorm in en klik op de `Vervoeg` knop.

Vertalen

Naar

Spelling (woord)

Vervoegen

Synoniemen

Werkwoord vervoegen

Van Dale taalweb
© Mijnwoordenboek 2008