Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

immatriculeren vervoegen




NL: immatriculeren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geïmmatriculeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik immatriculeer
jij immatriculeert
hij immatriculeert
wij immatriculeren
jullie immatriculeren
zij immatriculeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geïmmatriculeerd
jij hebt geïmmatriculeerd
hij heeft geïmmatriculeerd
wij hebben geïmmatriculeerd
jullie hebben geïmmatriculeerd
zij hebben geïmmatriculeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik immatriculeerde
jij immatriculeerde
hij immatriculeerde
wij immatriculeerden
jullie immatriculeerden
zij immatriculeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geïmmatriculeerd
jij had geïmmatriculeerd
hij had geïmmatriculeerd
wij hadden geïmmatriculeerd
jullie hadden geïmmatriculeerd
zij hadden geïmmatriculeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal immatriculeren
jij zult immatriculeren
hij zal immatriculeren
wij zullen immatriculeren
jullie zullen immatriculeren
zij zullen immatriculeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geïmmatriculeerd hebben
jij zult geïmmatriculeerd hebben
hij zal geïmmatriculeerd hebben
wij zullen geïmmatriculeerd hebben
jullie zullen geïmmatriculeerd hebben
zij zullen geïmmatriculeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou immatriculeren
jij zou immatriculeren
hij zou immatriculeren
wij zouden immatriculeren
jullie zouden immatriculeren
zij zouden immatriculeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geïmmatriculeerd hebben
jij zou geïmmatriculeerd hebben
hij zou geïmmatriculeerd hebben
wij zouden geïmmatriculeerd hebben
jullie zouden geïmmatriculeerd hebben
zij zouden geïmmatriculeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
immatriculeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/immatriculeren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald