Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

imiteren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: imiteren
Synoniemen: mimen, nabootsen, nadoen, namaken, navolgen, simuleren, volgen

DE: imiteren (navolgen): imitieren, kopieren, nachmachen, nachbilden, nachahmen
EN: imiteren (navolgen): imitate, copy
ES: imiteren (navolgen): seguir
FR: imiteren (navolgen): imiter, copier, pasticher

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geïmiteerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik imiteer
jij imiteert
hij imiteert
wij imiteren
jullie imiteren
zij imiteren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geïmiteerd
jij hebt geïmiteerd
hij heeft geïmiteerd
wij hebben geïmiteerd
jullie hebben geïmiteerd
zij hebben geïmiteerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik imiteerde
jij imiteerde
hij imiteerde
wij imiteerden
jullie imiteerden
zij imiteerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geïmiteerd
jij had geïmiteerd
hij had geïmiteerd
wij hadden geïmiteerd
jullie hadden geïmiteerd
zij hadden geïmiteerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal imiteren
jij zult imiteren
hij zal imiteren
wij zullen imiteren
jullie zullen imiteren
zij zullen imiteren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geïmiteerd hebben
jij zult geïmiteerd hebben
hij zal geïmiteerd hebben
wij zullen geïmiteerd hebben
jullie zullen geïmiteerd hebben
zij zullen geïmiteerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou imiteren
jij zou imiteren
hij zou imiteren
wij zouden imiteren
jullie zouden imiteren
zij zouden imiteren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geïmiteerd hebben
jij zou geïmiteerd hebben
hij zou geïmiteerd hebben
wij zouden geïmiteerd hebben
jullie zouden geïmiteerd hebben
zij zouden geïmiteerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
imiteer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/imiteren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English