NL: imiterenSynoniemen: mimen, nabootsen, nadoen, namaken, navolgen, simuleren, volgen
DE: imiteren (navolgen): imitieren, kopieren, nachmachen, nachbilden, nachahmen
EN: imiteren (navolgen): imitate, copy
ES: imiteren (navolgen): seguir
FR: imiteren (navolgen): imiter, copier, pasticher
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïmiteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik imiteer jij imiteert hij imiteert wij imiteren jullie imiteren zij imiteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïmiteerd jij hebt geïmiteerd hij heeft geïmiteerd wij hebben geïmiteerd jullie hebben geïmiteerd zij hebben geïmiteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik imiteerde jij imiteerde hij imiteerde wij imiteerden jullie imiteerden zij imiteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïmiteerd jij had geïmiteerd hij had geïmiteerd wij hadden geïmiteerd jullie hadden geïmiteerd zij hadden geïmiteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal imiteren jij zult imiteren hij zal imiteren wij zullen imiteren jullie zullen imiteren zij zullen imiteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïmiteerd hebben jij zult geïmiteerd hebben hij zal geïmiteerd hebben wij zullen geïmiteerd hebben jullie zullen geïmiteerd hebben zij zullen geïmiteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou imiteren jij zou imiteren hij zou imiteren wij zouden imiteren jullie zouden imiteren zij zouden imiteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïmiteerd hebben jij zou geïmiteerd hebben hij zou geïmiteerd hebben wij zouden geïmiteerd hebben jullie zouden geïmiteerd hebben zij zouden geïmiteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
imiteer
|