NL: illuminerenSynoniemen: verlichten
DE: erleuchten, illuminieren
EN: illuminate
ES: iluminar
FR: illuminer
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïllumineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik illumineer jij illumineert hij illumineert wij illumineren jullie illumineren zij illumineren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïllumineerd jij hebt geïllumineerd hij heeft geïllumineerd wij hebben geïllumineerd jullie hebben geïllumineerd zij hebben geïllumineerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik illumineerde jij illumineerde hij illumineerde wij illumineerden jullie illumineerden zij illumineerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïllumineerd jij had geïllumineerd hij had geïllumineerd wij hadden geïllumineerd jullie hadden geïllumineerd zij hadden geïllumineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal illumineren jij zult illumineren hij zal illumineren wij zullen illumineren jullie zullen illumineren zij zullen illumineren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïllumineerd hebben jij zult geïllumineerd hebben hij zal geïllumineerd hebben wij zullen geïllumineerd hebben jullie zullen geïllumineerd hebben zij zullen geïllumineerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou illumineren jij zou illumineren hij zou illumineren wij zouden illumineren jullie zouden illumineren zij zouden illumineren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïllumineerd hebben jij zou geïllumineerd hebben hij zou geïllumineerd hebben wij zouden geïllumineerd hebben jullie zouden geïllumineerd hebben zij zouden geïllumineerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
illumineer
|