NL: ijverenSynoniemen: ambiren, streven
EN: devote oneself to, aim at, work for
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geijverd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ijver jij ijvert hij ijvert wij ijveren jullie ijveren zij ijveren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geijverd jij hebt geijverd hij heeft geijverd wij hebben geijverd jullie hebben geijverd zij hebben geijverd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ijverde jij ijverde hij ijverde wij ijverden jullie ijverden zij ijverden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geijverd jij had geijverd hij had geijverd wij hadden geijverd jullie hadden geijverd zij hadden geijverd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ijveren jij zult ijveren hij zal ijveren wij zullen ijveren jullie zullen ijveren zij zullen ijveren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geijverd hebben jij zult geijverd hebben hij zal geijverd hebben wij zullen geijverd hebben jullie zullen geijverd hebben zij zullen geijverd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ijveren jij zou ijveren hij zou ijveren wij zouden ijveren jullie zouden ijveren zij zouden ijveren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geijverd hebben jij zou geijverd hebben hij zou geijverd hebben wij zouden geijverd hebben jullie zouden geijverd hebben zij zouden geijverd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ijver
|