Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

ijshockeyen vervoegen




NL: ijshockeyen

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geijshockeyd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik ijshockey
jij ijshockeyt
hij ijshockeyt
wij ijshockeyen
jullie ijshockeyen
zij ijshockeyen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geijshockeyd
jij hebt geijshockeyd
hij heeft geijshockeyd
wij hebben geijshockeyd
jullie hebben geijshockeyd
zij hebben geijshockeyd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik ijshockeyde
jij ijshockeyde
hij ijshockeyde
wij ijshockeyden
jullie ijshockeyden
zij ijshockeyden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geijshockeyd
jij had geijshockeyd
hij had geijshockeyd
wij hadden geijshockeyd
jullie hadden geijshockeyd
zij hadden geijshockeyd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal ijshockeyen
jij zult ijshockeyen
hij zal ijshockeyen
wij zullen ijshockeyen
jullie zullen ijshockeyen
zij zullen ijshockeyen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geijshockeyd hebben
jij zult geijshockeyd hebben
hij zal geijshockeyd hebben
wij zullen geijshockeyd hebben
jullie zullen geijshockeyd hebben
zij zullen geijshockeyd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou ijshockeyen
jij zou ijshockeyen
hij zou ijshockeyen
wij zouden ijshockeyen
jullie zouden ijshockeyen
zij zouden ijshockeyen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geijshockeyd hebben
jij zou geijshockeyd hebben
hij zou geijshockeyd hebben
wij zouden geijshockeyd hebben
jullie zouden geijshockeyd hebben
zij zouden geijshockeyd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
ijshockey

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/ijshockeyen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald