NL: ijsberenSynoniemen: lopen, rondlopen
DE: ruhelos auf und ab gehen
EN: pace up and down, pace to and fro
FR: tourner comme un ours en cage, faire les cent pas
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geijsbeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ijsbeer jij ijsbeert hij ijsbeert wij ijsberen jullie ijsberen zij ijsberen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geijsbeerd jij hebt geijsbeerd hij heeft geijsbeerd wij hebben geijsbeerd jullie hebben geijsbeerd zij hebben geijsbeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ijsbeerde jij ijsbeerde hij ijsbeerde wij ijsbeerden jullie ijsbeerden zij ijsbeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geijsbeerd jij had geijsbeerd hij had geijsbeerd wij hadden geijsbeerd jullie hadden geijsbeerd zij hadden geijsbeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ijsberen jij zult ijsberen hij zal ijsberen wij zullen ijsberen jullie zullen ijsberen zij zullen ijsberen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geijsbeerd hebben jij zult geijsbeerd hebben hij zal geijsbeerd hebben wij zullen geijsbeerd hebben jullie zullen geijsbeerd hebben zij zullen geijsbeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ijsberen jij zou ijsberen hij zou ijsberen wij zouden ijsberen jullie zouden ijsberen zij zouden ijsberen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geijsbeerd hebben jij zou geijsbeerd hebben hij zou geijsbeerd hebben wij zouden geijsbeerd hebben jullie zouden geijsbeerd hebben zij zouden geijsbeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ijsbeer
|