NL: ijlenSynoniemen: bazelen, dazen, fantaseren, hollen, snellen, voortmaken, spoeden, overhaasten, jagen, haasten, aanpoten, vliegen, opschieten, jakkeren, jachten, raaskallen, kletsen, reppen
EN: ijlen (onzin uitkramen): rave, talk nonsense
FR: ijlen (onzin uitkramen): bavarder
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geijld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ijl jij ijlt hij ijlt wij ijlen jullie ijlen zij ijlen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geijld jij hebt geijld hij heeft geijld wij hebben geijld jullie hebben geijld zij hebben geijld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ijlde jij ijlde hij ijlde wij ijlden jullie ijlden zij ijlden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geijld jij had geijld hij had geijld wij hadden geijld jullie hadden geijld zij hadden geijld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ijlen jij zult ijlen hij zal ijlen wij zullen ijlen jullie zullen ijlen zij zullen ijlen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geijld hebben jij zult geijld hebben hij zal geijld hebben wij zullen geijld hebben jullie zullen geijld hebben zij zullen geijld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ijlen jij zou ijlen hij zou ijlen wij zouden ijlen jullie zouden ijlen zij zouden ijlen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geijld hebben jij zou geijld hebben hij zou geijld hebben wij zouden geijld hebben jullie zouden geijld hebben zij zouden geijld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ijl
|