| Vervoegen: identificeren |
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
| geïdentificeerd |
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
| ik identificeer jij identificeert hij identificeert wij identificeren jullie identificeren zij identificeren |
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
| ik heb geïdentificeerd jij hebt geïdentificeerd hij heeft geïdentificeerd wij hebben geïdentificeerd jullie hebben geïdentificeerd zij hebben geïdentificeerd |
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
| ik identificeerde jij identificeerde hij identificeerde wij identificeerden jullie identificeerden zij identificeerden |
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
| ik had geïdentificeerd jij had geïdentificeerd hij had geïdentificeerd wij hadden geïdentificeerd jullie hadden geïdentificeerd zij hadden geïdentificeerd |
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
| ik zal identificeren jij zult identificeren hij zal identificeren wij zullen identificeren jullie zullen identificeren zij zullen identificeren |
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
| ik zal geïdentificeerd hebben jij zult geïdentificeerd hebben hij zal geïdentificeerd hebben wij zullen geïdentificeerd hebben jullie zullen geïdentificeerd hebben zij zullen geïdentificeerd hebben |
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
| ik zou identificeren jij zou identificeren hij zou identificeren wij zouden identificeren jullie zouden identificeren zij zouden identificeren |
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
| ik zou geïdentificeerd hebben jij zou geïdentificeerd hebben hij zou geïdentificeerd hebben wij zouden geïdentificeerd hebben jullie zouden geïdentificeerd hebben zij zouden geïdentificeerd hebben |
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
| identificeer |