NL: idealiserenEN: idealize
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïdealiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik idealiseer jij idealiseert hij idealiseert wij idealiseren jullie idealiseren zij idealiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïdealiseerd jij hebt geïdealiseerd hij heeft geïdealiseerd wij hebben geïdealiseerd jullie hebben geïdealiseerd zij hebben geïdealiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik idealiseerde jij idealiseerde hij idealiseerde wij idealiseerden jullie idealiseerden zij idealiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïdealiseerd jij had geïdealiseerd hij had geïdealiseerd wij hadden geïdealiseerd jullie hadden geïdealiseerd zij hadden geïdealiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal idealiseren jij zult idealiseren hij zal idealiseren wij zullen idealiseren jullie zullen idealiseren zij zullen idealiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïdealiseerd hebben jij zult geïdealiseerd hebben hij zal geïdealiseerd hebben wij zullen geïdealiseerd hebben jullie zullen geïdealiseerd hebben zij zullen geïdealiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou idealiseren jij zou idealiseren hij zou idealiseren wij zouden idealiseren jullie zouden idealiseren zij zouden idealiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïdealiseerd hebben jij zou geïdealiseerd hebben hij zou geïdealiseerd hebben wij zouden geïdealiseerd hebben jullie zouden geïdealiseerd hebben zij zouden geïdealiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
idealiseer
|