FR: hypertrophier| Participe Passé |
|
hypertrophié
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je hypertrophie tu hypertrophies il; elle hypertrophie nous hypertrophions vous hypertrophiez ils; elles hypertrophient
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai hypertrophié tu as hypertrophié il; elle a hypertrophié nous avons hypertrophié vous avez hypertrophié ils; elles ont hypertrophié
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
j`hypertrophiais tu hypertrophiais il; elle hypertrophiait nous hypertrophiions vous hypertrophiiez ils; elles hypertrophiaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais hypertrophié tu avais hypertrophié il; elle avait hypertrophié nous avions hypertrophié vous aviez hypertrophié ils; elles avaient hypertrophié
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
j`hypertrophiai tu hypertrophias il; elle hypertrophia nous hypertrophiâmes vous hypertrophiâtes ils; elles hypertrophièrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus hypertrophié tu eus hypertrophié il; elle eut hypertrophié nous eûmes hypertrophié vous eûtes hypertrophié ils; elles eurent hypertrophié
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
j`hypertrophierai tu hypertrophieras il; elle hypertrophiera nous hypertrophierons vous hypertrophierez ils; elles hypertrophieront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai hypertrophié tu auras hypertrophié il; elle aura hypertrophié nous aurons hypertrophié vous aurez hypertrophié ils; elles auront hypertrophié
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
j`hypertrophie tu hypertrophies il; elle hypertrophie nous hypertrophiions vous hypertrophiiez ils; elles hypertrophient
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie hypertrophié tu aies hypertrophié il; elle ait hypertrophié nous ayons hypertrophié vous ayez hypertrophié ils; elles aient hypertrophié
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
j`hypertrophiasse tu hypertrophiasses il; elle hypertrophiât nous hypertrophiassions vous hypertrophiassiez ils; elles hypertrophiassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse hypertrophié tu eusses hypertrophié il; elle eût hypertrophié nous eussions hypertrophié vous eussiez hypertrophié ils; elles eussent hypertrophié
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
j`hypertrophierais tu hypertrophierais il; elle hypertrophierait nous hypertrophierions vous hypertrophieriez ils; elles hypertrophieraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais hypertrophié tu aurais hypertrophié il; elle aurait hypertrophié nous aurions hypertrophié vous auriez hypertrophié ils; elles auraient hypertrophié
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) hypertrophie, (nous) hypertrophions (vous) hypertrophiez
|