NL: hunkerenSynoniemen: dorsten, zuchten, smachten, verlangen, reikhalzen
DE: das Sich sehnen nach, das Verlangt, das Schmachten
EN: the hankering, the longing
ES: la ansia
FR: la aspiration
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehunkerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hunker jij hunkert hij hunkert wij hunkeren jullie hunkeren zij hunkeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehunkerd jij hebt gehunkerd hij heeft gehunkerd wij hebben gehunkerd jullie hebben gehunkerd zij hebben gehunkerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hunkerde jij hunkerde hij hunkerde wij hunkerden jullie hunkerden zij hunkerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehunkerd jij had gehunkerd hij had gehunkerd wij hadden gehunkerd jullie hadden gehunkerd zij hadden gehunkerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hunkeren jij zult hunkeren hij zal hunkeren wij zullen hunkeren jullie zullen hunkeren zij zullen hunkeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehunkerd hebben jij zult gehunkerd hebben hij zal gehunkerd hebben wij zullen gehunkerd hebben jullie zullen gehunkerd hebben zij zullen gehunkerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hunkeren jij zou hunkeren hij zou hunkeren wij zouden hunkeren jullie zouden hunkeren zij zouden hunkeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehunkerd hebben jij zou gehunkerd hebben hij zou gehunkerd hebben wij zouden gehunkerd hebben jullie zouden gehunkerd hebben zij zouden gehunkerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hunker
|