NL: huilenSynoniemen: brullen, grienen, janken, krijsen, schreien, wenen, , miepen, snotteren, snikken, tranen
DE: weinen, heulen, brüllen, kreischen
EN: cry, shriek, squeal, tell tales, shout, let on
ES: llorar, bramar, berrear, guiñar, gritar, gemir, chillar, aullar, rugir, chirriar
FR: pleurer, crier, criailler, hurler, brailler, rugir, chialer, geindre, mugir, pleurnicher
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehuild
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik huil jij huilt hij huilt wij huilen jullie huilen zij huilen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehuild jij hebt gehuild hij heeft gehuild wij hebben gehuild jullie hebben gehuild zij hebben gehuild
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik huilde jij huilde hij huilde wij huilden jullie huilden zij huilden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehuild jij had gehuild hij had gehuild wij hadden gehuild jullie hadden gehuild zij hadden gehuild
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal huilen jij zult huilen hij zal huilen wij zullen huilen jullie zullen huilen zij zullen huilen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehuild hebben jij zult gehuild hebben hij zal gehuild hebben wij zullen gehuild hebben jullie zullen gehuild hebben zij zullen gehuild hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou huilen jij zou huilen hij zou huilen wij zouden huilen jullie zouden huilen zij zouden huilen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehuild hebben jij zou gehuild hebben hij zou gehuild hebben wij zouden gehuild hebben jullie zouden gehuild hebben zij zouden gehuild hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
huil
|