NL: hozenSynoniemen: gieten, leeghozen, leegscheppen, uithoren, uitscheppen
DE: ausschöpfen, fischen
EN: bail out, bale out
ES: sacar, aclarar, achicar
FR: hozen (uithoren): écoper
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehoosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hoos jij hoost hij hoost wij hozen jullie hozen zij hozen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehoosd jij hebt gehoosd hij heeft gehoosd wij hebben gehoosd jullie hebben gehoosd zij hebben gehoosd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hoosde jij hoosde hij hoosde wij hoosden jullie hoosden zij hoosden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehoosd jij had gehoosd hij had gehoosd wij hadden gehoosd jullie hadden gehoosd zij hadden gehoosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hozen jij zult hozen hij zal hozen wij zullen hozen jullie zullen hozen zij zullen hozen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehoosd hebben jij zult gehoosd hebben hij zal gehoosd hebben wij zullen gehoosd hebben jullie zullen gehoosd hebben zij zullen gehoosd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hozen jij zou hozen hij zou hozen wij zouden hozen jullie zouden hozen zij zouden hozen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehoosd hebben jij zou gehoosd hebben hij zou gehoosd hebben wij zouden gehoosd hebben jullie zouden gehoosd hebben zij zouden gehoosd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hoos
|