NL: houdenSynoniemen: aanhouden, aanzien, bedwingen, beheren, behouden, beminnen, bijhouden, geven, handhaven, uithouden, vasthouden, inhouden, achterhouden
DE: das Abhalten
EN: the holding, the preserving
ES: el retener, el aferrarse a
FR: le fait de tenir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehouden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik houd; hou jij houdt hij houdt wij houden jullie houden zij houden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehouden jij hebt gehouden hij heeft gehouden wij hebben gehouden jullie hebben gehouden zij hebben gehouden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hield jij hield hij hield wij hielden jullie hielden zij hielden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehouden jij had gehouden hij had gehouden wij hadden gehouden jullie hadden gehouden zij hadden gehouden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal houden jij zult houden hij zal houden wij zullen houden jullie zullen houden zij zullen houden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehouden hebben jij zult gehouden hebben hij zal gehouden hebben wij zullen gehouden hebben jullie zullen gehouden hebben zij zullen gehouden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou houden jij zou houden hij zou houden wij zouden houden jullie zouden houden zij zouden houden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehouden hebben jij zou gehouden hebben hij zou gehouden hebben wij zouden gehouden hebben jullie zouden gehouden hebben zij zouden gehouden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
houd; hou
|