Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

horen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: horen
Synoniemen: aanhoren, behoren, beluisteren, te horen krijgen, thuishoren, toebehoren, waarnemen, hoor, voegen, uitkomen, schikken, passen, betamen, zullen, moeten, dienen, vernemen, zien, voelen, signaleren, observeren, merken, gewaarworden, gadeslaan, bekijken

DE: vernehmen, hören, zu Ohren kommen, horchen
EN: learn
ES: aprender, enterarse
FR: apprendre, écouter, entendre, être informé de, apercevoir, éprouver, satisfaire à, permettre, octroyer, tolérer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gehoord
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik hoor
jij hoort
hij hoort
wij horen
jullie horen
zij horen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gehoord
jij hebt gehoord
hij heeft gehoord
wij hebben gehoord
jullie hebben gehoord
zij hebben gehoord
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik hoorde
jij hoorde
hij hoorde
wij hoorden
jullie hoorden
zij hoorden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gehoord
jij had gehoord
hij had gehoord
wij hadden gehoord
jullie hadden gehoord
zij hadden gehoord
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal horen
jij zult horen
hij zal horen
wij zullen horen
jullie zullen horen
zij zullen horen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gehoord hebben
jij zult gehoord hebben
hij zal gehoord hebben
wij zullen gehoord hebben
jullie zullen gehoord hebben
zij zullen gehoord hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou horen
jij zou horen
hij zou horen
wij zouden horen
jullie zouden horen
zij zouden horen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gehoord hebben
jij zou gehoord hebben
hij zou gehoord hebben
wij zouden gehoord hebben
jullie zouden gehoord hebben
zij zouden gehoord hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
hoor

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/horen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English