NL: hoogschattenSynoniemen: achten, , respecteren, hoogachten, eerbiedigen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
hooggeschat
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schat hoog jij schat hoog hij schat hoog wij schatten hoog jullie schatten hoog zij schatten hoog
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb hooggeschat jij hebt hooggeschat hij heeft hooggeschat wij hebben hooggeschat jullie hebben hooggeschat zij hebben hooggeschat
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schatte hoog jij schatte hoog hij schatte hoog wij hoogschatten hoog jullie hoogschatten hoog zij hoogschatten hoog
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had hooggeschat jij had hooggeschat hij had hooggeschat wij hadden hooggeschat jullie hadden hooggeschat zij hadden hooggeschat
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hoogschatten jij zult hoogschatten hij zal hoogschatten wij zullen hoogschatten jullie zullen hoogschatten zij zullen hoogschatten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal hooggeschat hebben jij zult hooggeschat hebben hij zal hooggeschat hebben wij zullen hooggeschat hebben jullie zullen hooggeschat hebben zij zullen hooggeschat hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hoogschatten jij zou hoogschatten hij zou hoogschatten wij zouden hoogschatten jullie zouden hoogschatten zij zouden hoogschatten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou hooggeschat hebben jij zou hooggeschat hebben hij zou hooggeschat hebben wij zouden hooggeschat hebben jullie zouden hooggeschat hebben zij zouden hooggeschat hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schat hoog
|