NL: hoogachtenSynoniemen: achten, eerbiedigen, hoogschatten, respecteren,
DE: respektieren, achten, schätzen, ehren, verehren, hochhalten, hochachten, hochschätzen
EN: respect, esteem, have a high regard for, esteem highly, hold in great esteem, value highly, praise
ES: respetar, estimar mucho, glorificar, tener en gran estima
FR: respecter, vénérer, considérer, estimer, observer, honorer, être respectueux
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
hooggeacht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik acht hoog jij acht hoog hij acht hoog wij achten hoog jullie achten hoog zij achten hoog
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb hooggeacht jij hebt hooggeacht hij heeft hooggeacht wij hebben hooggeacht jullie hebben hooggeacht zij hebben hooggeacht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik achtte hoog jij achtte hoog hij achtte hoog wij achtten hoog jullie achtten hoog zij achtten hoog
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had hooggeacht jij had hooggeacht hij had hooggeacht wij hadden hooggeacht jullie hadden hooggeacht zij hadden hooggeacht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hoogachten jij zult hoogachten hij zal hoogachten wij zullen hoogachten jullie zullen hoogachten zij zullen hoogachten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal hooggeacht hebben jij zult hooggeacht hebben hij zal hooggeacht hebben wij zullen hooggeacht hebben jullie zullen hooggeacht hebben zij zullen hooggeacht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hoogachten jij zou hoogachten hij zou hoogachten wij zouden hoogachten jullie zouden hoogachten zij zouden hoogachten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou hooggeacht hebben jij zou hooggeacht hebben hij zou hooggeacht hebben wij zouden hooggeacht hebben jullie zouden hooggeacht hebben zij zouden hooggeacht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
acht hoog
|