NL: honorerenSynoniemen: belonen, betalen, bezoldigen, erkennen, agnosceren, salariëren
DE: bezahlen, honorieren, belohnen, besolden, vergüten, entgelten, auszahlen
EN: remunerate, reward, honour, pay, repay
ES: abonar honorarios, pagar, recompensar, gratificar, compensar, admitir, satisfacer los deseos de una persona, poner algo de su parte, atender, devolver, premiar, remunerar, retribuir, reembolsar
FR: payer, rémunérer, récompenser, indemniser, salarier, rétribuer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehonoreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik honoreer jij honoreert hij honoreert wij honoreren jullie honoreren zij honoreren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehonoreerd jij hebt gehonoreerd hij heeft gehonoreerd wij hebben gehonoreerd jullie hebben gehonoreerd zij hebben gehonoreerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik honoreerde jij honoreerde hij honoreerde wij honoreerden jullie honoreerden zij honoreerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehonoreerd jij had gehonoreerd hij had gehonoreerd wij hadden gehonoreerd jullie hadden gehonoreerd zij hadden gehonoreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal honoreren jij zult honoreren hij zal honoreren wij zullen honoreren jullie zullen honoreren zij zullen honoreren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehonoreerd hebben jij zult gehonoreerd hebben hij zal gehonoreerd hebben wij zullen gehonoreerd hebben jullie zullen gehonoreerd hebben zij zullen gehonoreerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou honoreren jij zou honoreren hij zou honoreren wij zouden honoreren jullie zouden honoreren zij zouden honoreren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehonoreerd hebben jij zou gehonoreerd hebben hij zou gehonoreerd hebben wij zouden gehonoreerd hebben jullie zouden gehonoreerd hebben zij zouden gehonoreerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
honoreer
|