NL: homologerenSynoniemen: bekrachtigen, goedkeuren, bezegelen, bevestigen
EN: the homologate
FR: la homologuer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehomologeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik homologeer jij homologeert hij homologeert wij homologeren jullie homologeren zij homologeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehomologeerd jij hebt gehomologeerd hij heeft gehomologeerd wij hebben gehomologeerd jullie hebben gehomologeerd zij hebben gehomologeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik homologeerde jij homologeerde hij homologeerde wij homologeerden jullie homologeerden zij homologeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehomologeerd jij had gehomologeerd hij had gehomologeerd wij hadden gehomologeerd jullie hadden gehomologeerd zij hadden gehomologeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal homologeren jij zult homologeren hij zal homologeren wij zullen homologeren jullie zullen homologeren zij zullen homologeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehomologeerd hebben jij zult gehomologeerd hebben hij zal gehomologeerd hebben wij zullen gehomologeerd hebben jullie zullen gehomologeerd hebben zij zullen gehomologeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou homologeren jij zou homologeren hij zou homologeren wij zouden homologeren jullie zouden homologeren zij zouden homologeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehomologeerd hebben jij zou gehomologeerd hebben hij zou gehomologeerd hebben wij zouden gehomologeerd hebben jullie zouden gehomologeerd hebben zij zouden gehomologeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
homologeer
|