NL: homeshoppen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehomeshopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik homeshop jij homeshopt hij homeshopt wij homeshoppen jullie homeshoppen zij homeshoppen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehomeshopt jij hebt gehomeshopt hij heeft gehomeshopt wij hebben gehomeshopt jullie hebben gehomeshopt zij hebben gehomeshopt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik homeshoppte jij homeshoppte hij homeshoppte wij homeshopten jullie homeshopten zij homeshopten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehomeshopt jij had gehomeshopt hij had gehomeshopt wij hadden gehomeshopt jullie hadden gehomeshopt zij hadden gehomeshopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal homeshoppen jij zult homeshoppen hij zal homeshoppen wij zullen homeshoppen jullie zullen homeshoppen zij zullen homeshoppen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehomeshopt hebben jij zult gehomeshopt hebben hij zal gehomeshopt hebben wij zullen gehomeshopt hebben jullie zullen gehomeshopt hebben zij zullen gehomeshopt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou homeshoppen jij zou homeshoppen hij zou homeshoppen wij zouden homeshoppen jullie zouden homeshoppen zij zouden homeshoppen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehomeshopt hebben jij zou gehomeshopt hebben hij zou gehomeshopt hebben wij zouden gehomeshopt hebben jullie zouden gehomeshopt hebben zij zouden gehomeshopt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
homeshop
|