NL: hokkenSynoniemen: haperen, samenwonen
DE: die Verschläge, die Ställe, die Schuppen
EN: the cages, the pens, the sties, the hutches, the kennels
FR: le débarras
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehokt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hok jij hokt hij hokt wij hokken jullie hokken zij hokken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehokt jij hebt gehokt hij heeft gehokt wij hebben gehokt jullie hebben gehokt zij hebben gehokt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hokte jij hokte hij hokte wij hokten jullie hokten zij hokten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehokt jij had gehokt hij had gehokt wij hadden gehokt jullie hadden gehokt zij hadden gehokt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hokken jij zult hokken hij zal hokken wij zullen hokken jullie zullen hokken zij zullen hokken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehokt hebben jij zult gehokt hebben hij zal gehokt hebben wij zullen gehokt hebben jullie zullen gehokt hebben zij zullen gehokt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hokken jij zou hokken hij zou hokken wij zouden hokken jullie zouden hokken zij zouden hokken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehokt hebben jij zou gehokt hebben hij zou gehokt hebben wij zouden gehokt hebben jullie zouden gehokt hebben zij zouden gehokt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hok
|