NL: hoestenSynoniemen: kuchen, ophoesten
DE: husten
EN: cough, clear one's throat
ES: toser, tener tos, carraspear
FR: tousser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehoest
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hoest jij hoest hij hoest wij hoesten jullie hoesten zij hoesten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehoest jij hebt gehoest hij heeft gehoest wij hebben gehoest jullie hebben gehoest zij hebben gehoest
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hoestte jij hoestte hij hoestte wij hoestten jullie hoestten zij hoestten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehoest jij had gehoest hij had gehoest wij hadden gehoest jullie hadden gehoest zij hadden gehoest
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hoesten jij zult hoesten hij zal hoesten wij zullen hoesten jullie zullen hoesten zij zullen hoesten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehoest hebben jij zult gehoest hebben hij zal gehoest hebben wij zullen gehoest hebben jullie zullen gehoest hebben zij zullen gehoest hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hoesten jij zou hoesten hij zou hoesten wij zouden hoesten jullie zouden hoesten zij zouden hoesten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehoest hebben jij zou gehoest hebben hij zou gehoest hebben wij zouden gehoest hebben jullie zouden gehoest hebben zij zouden gehoest hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hoest
|