NL: hoererenSynoniemen: hoeren, tippelen
EN: whore
FR: hoereren (tippelen): faire le trottoir, trottiner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehoereerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hoereer jij hoereert hij hoereert wij hoereren jullie hoereren zij hoereren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehoereerd jij hebt gehoereerd hij heeft gehoereerd wij hebben gehoereerd jullie hebben gehoereerd zij hebben gehoereerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hoereerde jij hoereerde hij hoereerde wij hoereerden jullie hoereerden zij hoereerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehoereerd jij had gehoereerd hij had gehoereerd wij hadden gehoereerd jullie hadden gehoereerd zij hadden gehoereerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hoereren jij zult hoereren hij zal hoereren wij zullen hoereren jullie zullen hoereren zij zullen hoereren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehoereerd hebben jij zult gehoereerd hebben hij zal gehoereerd hebben wij zullen gehoereerd hebben jullie zullen gehoereerd hebben zij zullen gehoereerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hoereren jij zou hoereren hij zou hoereren wij zouden hoereren jullie zouden hoereren zij zouden hoereren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehoereerd hebben jij zou gehoereerd hebben hij zou gehoereerd hebben wij zouden gehoereerd hebben jullie zouden gehoereerd hebben zij zouden gehoereerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hoereer
|