NL: historiseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehistoriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik historiseer jij historiseert hij historiseert wij historiseren jullie historiseren zij historiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehistoriseerd jij hebt gehistoriseerd hij heeft gehistoriseerd wij hebben gehistoriseerd jullie hebben gehistoriseerd zij hebben gehistoriseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik historiseerde jij historiseerde hij historiseerde wij historiseerden jullie historiseerden zij historiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehistoriseerd jij had gehistoriseerd hij had gehistoriseerd wij hadden gehistoriseerd jullie hadden gehistoriseerd zij hadden gehistoriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal historiseren jij zult historiseren hij zal historiseren wij zullen historiseren jullie zullen historiseren zij zullen historiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehistoriseerd hebben jij zult gehistoriseerd hebben hij zal gehistoriseerd hebben wij zullen gehistoriseerd hebben jullie zullen gehistoriseerd hebben zij zullen gehistoriseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou historiseren jij zou historiseren hij zou historiseren wij zouden historiseren jullie zouden historiseren zij zouden historiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehistoriseerd hebben jij zou gehistoriseerd hebben hij zou gehistoriseerd hebben wij zouden gehistoriseerd hebben jullie zouden gehistoriseerd hebben zij zouden gehistoriseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
historiseer
|