NL: herverzekerenEN: reinsure
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
herverzekerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik herverzeker jij herverzekert hij herverzekert wij herverzekeren jullie herverzekeren zij herverzekeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb herverzekerd jij hebt herverzekerd hij heeft herverzekerd wij hebben herverzekerd jullie hebben herverzekerd zij hebben herverzekerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik herverzekerde jij herverzekerde hij herverzekerde wij herverzekerden jullie herverzekerden zij herverzekerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had herverzekerd jij had herverzekerd hij had herverzekerd wij hadden herverzekerd jullie hadden herverzekerd zij hadden herverzekerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal herverzekeren jij zult herverzekeren hij zal herverzekeren wij zullen herverzekeren jullie zullen herverzekeren zij zullen herverzekeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal herverzekerd hebben jij zult herverzekerd hebben hij zal herverzekerd hebben wij zullen herverzekerd hebben jullie zullen herverzekerd hebben zij zullen herverzekerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou herverzekeren jij zou herverzekeren hij zou herverzekeren wij zouden herverzekeren jullie zouden herverzekeren zij zouden herverzekeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou herverzekerd hebben jij zou herverzekerd hebben hij zou herverzekerd hebben wij zouden herverzekerd hebben jullie zouden herverzekerd hebben zij zouden herverzekerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
herverzeker
|