NL: herscholenEN: retrain
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
herschoold
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik herschool jij herschoolt hij herschoolt wij herscholen jullie herscholen zij herscholen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb herschoold jij hebt herschoold hij heeft herschoold wij hebben herschoold jullie hebben herschoold zij hebben herschoold
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik herschoolde jij herschoolde hij herschoolde wij herschoolden jullie herschoolden zij herschoolden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had herschoold jij had herschoold hij had herschoold wij hadden herschoold jullie hadden herschoold zij hadden herschoold
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal herscholen jij zult herscholen hij zal herscholen wij zullen herscholen jullie zullen herscholen zij zullen herscholen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal herschoold hebben jij zult herschoold hebben hij zal herschoold hebben wij zullen herschoold hebben jullie zullen herschoold hebben zij zullen herschoold hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou herscholen jij zou herscholen hij zou herscholen wij zouden herscholen jullie zouden herscholen zij zouden herscholen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou herschoold hebben jij zou herschoold hebben hij zou herschoold hebben wij zouden herschoold hebben jullie zouden herschoold hebben zij zouden herschoold hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
herschool
|