NL: heropenenDE: wiedereröffnen
FR: rouvrir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
heropend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik heropen jij heropent hij heropent wij heropenen jullie heropenen zij heropenen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb heropend jij hebt heropend hij heeft heropend wij hebben heropend jullie hebben heropend zij hebben heropend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik heropende jij heropende hij heropende wij heropenden jullie heropenden zij heropenden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had heropend jij had heropend hij had heropend wij hadden heropend jullie hadden heropend zij hadden heropend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal heropenen jij zult heropenen hij zal heropenen wij zullen heropenen jullie zullen heropenen zij zullen heropenen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal heropend hebben jij zult heropend hebben hij zal heropend hebben wij zullen heropend hebben jullie zullen heropend hebben zij zullen heropend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou heropenen jij zou heropenen hij zou heropenen wij zouden heropenen jullie zouden heropenen zij zouden heropenen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou heropend hebben jij zou heropend hebben hij zou heropend hebben wij zouden heropend hebben jullie zouden heropend hebben zij zouden heropend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
heropen
|