NL: hernemenSynoniemen: hervatten
DE: hernemen (de draad weer oppakken): den Faden wieder aufnehmen, wieder aufnehmen, wieder anfangen, wieder zurücknehmen
EN: hernemen (de draad weer oppakken): take up the thread of one's narrative
ES: hernemen (de draad weer oppakken): reemprender, proseguir
FR: hernemen (de draad weer oppakken): reprendre, refaire, reprendre le fil, résumer, répéter, se répéter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
hernomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik herneem jij herneemt hij herneemt wij hernemen jullie hernemen zij hernemen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb hernomen jij hebt hernomen hij heeft hernomen wij hebben hernomen jullie hebben hernomen zij hebben hernomen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hernam jij hernam hij hernam wij hernamen jullie hernamen zij hernamen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had hernomen jij had hernomen hij had hernomen wij hadden hernomen jullie hadden hernomen zij hadden hernomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hernemen jij zult hernemen hij zal hernemen wij zullen hernemen jullie zullen hernemen zij zullen hernemen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal hernomen hebben jij zult hernomen hebben hij zal hernomen hebben wij zullen hernomen hebben jullie zullen hernomen hebben zij zullen hernomen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hernemen jij zou hernemen hij zou hernemen wij zouden hernemen jullie zouden hernemen zij zouden hernemen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou hernomen hebben jij zou hernomen hebben hij zou hernomen hebben wij zouden hernomen hebben jullie zouden hernomen hebben zij zouden hernomen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
herneem
|