NL: herlevenSynoniemen: herrijzen, opbloeien, opleven
DE: herleven (weer krachtig worden): aufleben, wiederaufleben
EN: herleven (weer krachtig worden): revive
ES: herleven (weer krachtig worden): revivir, resurgir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
herleefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik herleef jij herleeft hij herleeft wij herleven jullie herleven zij herleven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb herleefd jij hebt herleefd hij heeft herleefd wij hebben herleefd jullie hebben herleefd zij hebben herleefd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik herleefde jij herleefde hij herleefde wij herleefden jullie herleefden zij herleefden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had herleefd jij had herleefd hij had herleefd wij hadden herleefd jullie hadden herleefd zij hadden herleefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal herleven jij zult herleven hij zal herleven wij zullen herleven jullie zullen herleven zij zullen herleven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal herleefd hebben jij zult herleefd hebben hij zal herleefd hebben wij zullen herleefd hebben jullie zullen herleefd hebben zij zullen herleefd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou herleven jij zou herleven hij zou herleven wij zouden herleven jullie zouden herleven zij zouden herleven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou herleefd hebben jij zou herleefd hebben hij zou herleefd hebben wij zouden herleefd hebben jullie zouden herleefd hebben zij zouden herleefd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
herleef
|