NL: herbenoemenSynoniemen: herplaatsen, herkiezen
FR: renommer, réélire, replacer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
herbenoemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik herbenoem jij herbenoemt hij herbenoemt wij herbenoemen jullie herbenoemen zij herbenoemen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb herbenoemd jij hebt herbenoemd hij heeft herbenoemd wij hebben herbenoemd jullie hebben herbenoemd zij hebben herbenoemd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik herbenoemde jij herbenoemde hij herbenoemde wij herbenoemden jullie herbenoemden zij herbenoemden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had herbenoemd jij had herbenoemd hij had herbenoemd wij hadden herbenoemd jullie hadden herbenoemd zij hadden herbenoemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal herbenoemen jij zult herbenoemen hij zal herbenoemen wij zullen herbenoemen jullie zullen herbenoemen zij zullen herbenoemen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal herbenoemd hebben jij zult herbenoemd hebben hij zal herbenoemd hebben wij zullen herbenoemd hebben jullie zullen herbenoemd hebben zij zullen herbenoemd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou herbenoemen jij zou herbenoemen hij zou herbenoemen wij zouden herbenoemen jullie zouden herbenoemen zij zouden herbenoemen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou herbenoemd hebben jij zou herbenoemd hebben hij zou herbenoemd hebben wij zouden herbenoemd hebben jullie zouden herbenoemd hebben zij zouden herbenoemd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
herbenoem
|