NL: heksenSynoniemen: toveren
DE: Hexen
EN: practice witchcraft, work miracles
ES: hacer brujerías
FR: user de sorcellerie
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehekst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik heks jij hekst hij hekst wij heksen jullie heksen zij heksen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehekst jij hebt gehekst hij heeft gehekst wij hebben gehekst jullie hebben gehekst zij hebben gehekst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hekste jij hekste hij hekste wij heksten jullie heksten zij heksten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehekst jij had gehekst hij had gehekst wij hadden gehekst jullie hadden gehekst zij hadden gehekst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal heksen jij zult heksen hij zal heksen wij zullen heksen jullie zullen heksen zij zullen heksen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehekst hebben jij zult gehekst hebben hij zal gehekst hebben wij zullen gehekst hebben jullie zullen gehekst hebben zij zullen gehekst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou heksen jij zou heksen hij zou heksen wij zouden heksen jullie zouden heksen zij zouden heksen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehekst hebben jij zou gehekst hebben hij zou gehekst hebben wij zouden gehekst hebben jullie zouden gehekst hebben zij zouden gehekst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
heks
|