Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

heersen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: heersen
Synoniemen: domineren, gezaghebben, regeren, voorkomen, overheersen

DE: heersen (de overhand hebben): herrschen, schalten, die Oberhand haben, walten
EN: heersen (de overhand hebben): prevail, have the upper hand
ES: heersen (de overhand hebben): imperar, reinar, dominar, prevalecer, mandar
FR: heersen (de overhand hebben): régner, dominer, gouverner

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geheerst
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik heers
jij heerst
hij heerst
wij heersen
jullie heersen
zij heersen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geheerst
jij hebt geheerst
hij heeft geheerst
wij hebben geheerst
jullie hebben geheerst
zij hebben geheerst
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik heerste
jij heerste
hij heerste
wij heersten
jullie heersten
zij heersten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geheerst
jij had geheerst
hij had geheerst
wij hadden geheerst
jullie hadden geheerst
zij hadden geheerst
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal heersen
jij zult heersen
hij zal heersen
wij zullen heersen
jullie zullen heersen
zij zullen heersen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geheerst hebben
jij zult geheerst hebben
hij zal geheerst hebben
wij zullen geheerst hebben
jullie zullen geheerst hebben
zij zullen geheerst hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou heersen
jij zou heersen
hij zou heersen
wij zouden heersen
jullie zouden heersen
zij zouden heersen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geheerst hebben
jij zou geheerst hebben
hij zou geheerst hebben
wij zouden geheerst hebben
jullie zouden geheerst hebben
zij zouden geheerst hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
heers

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/heersen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English