NL: harpoenerenEN: spear, harpoon
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geharpoeneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik harpoeneer jij harpoeneert hij harpoeneert wij harpoeneren jullie harpoeneren zij harpoeneren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geharpoeneerd jij hebt geharpoeneerd hij heeft geharpoeneerd wij hebben geharpoeneerd jullie hebben geharpoeneerd zij hebben geharpoeneerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik harpoeneerde jij harpoeneerde hij harpoeneerde wij harpoeneerden jullie harpoeneerden zij harpoeneerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geharpoeneerd jij had geharpoeneerd hij had geharpoeneerd wij hadden geharpoeneerd jullie hadden geharpoeneerd zij hadden geharpoeneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal harpoeneren jij zult harpoeneren hij zal harpoeneren wij zullen harpoeneren jullie zullen harpoeneren zij zullen harpoeneren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geharpoeneerd hebben jij zult geharpoeneerd hebben hij zal geharpoeneerd hebben wij zullen geharpoeneerd hebben jullie zullen geharpoeneerd hebben zij zullen geharpoeneerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou harpoeneren jij zou harpoeneren hij zou harpoeneren wij zouden harpoeneren jullie zouden harpoeneren zij zouden harpoeneren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geharpoeneerd hebben jij zou geharpoeneerd hebben hij zou geharpoeneerd hebben wij zouden geharpoeneerd hebben jullie zouden geharpoeneerd hebben zij zouden geharpoeneerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
harpoeneer
|