NL: hardenSynoniemen: harden, stalen, uitharden
DE: stählen, härten, verhärten, abhärten, hartmachen
EN: become fixed, become inflexible, coagulate, coalesce, congeal, fix, freeze, go hard, set, solidify,
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hard jij hardt hij hardt wij harden jullie harden zij harden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehard jij hebt gehard hij heeft gehard wij hebben gehard jullie hebben gehard zij hebben gehard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hardde jij hardde hij hardde wij hardden jullie hardden zij hardden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehard jij had gehard hij had gehard wij hadden gehard jullie hadden gehard zij hadden gehard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal harden jij zult harden hij zal harden wij zullen harden jullie zullen harden zij zullen harden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehard hebben jij zult gehard hebben hij zal gehard hebben wij zullen gehard hebben jullie zullen gehard hebben zij zullen gehard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou harden jij zou harden hij zou harden wij zouden harden jullie zouden harden zij zouden harden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehard hebben jij zou gehard hebben hij zou gehard hebben wij zouden gehard hebben jullie zouden gehard hebben zij zouden gehard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hard
|
EN: to hardenSynoniemen: become fixed, become inflexible, coagulate, coalesce, congeal, fix, freeze, go hard, set, solidify,
NL: harden, stalen, uitharden
DE: stählen, härten, verhärten, abhärten, hartmachen
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
hardening
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I harden you harden he hardens we harden you harden they harden
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have hardened you have hardened he has hardened we have hardened you have hardened they have hardened
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I hardened you hardened he hardened we hardened you hardened they hardened
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had hardened you had hardened he had hardened we had hardened you had hardened they had hardened
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will harden you will harden he will harden we will harden you will harden they will harden
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have hardened you will have hardened he will have hardened we will have hardened you will have hardened they will have hardened
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would harden you would harden he would harden we would harden you would harden they would harden
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have hardened you would have hardened he would have hardened we would have hardened you would have hardened they would have hardened
|