NL: hanterenSynoniemen: behandelen, bezigen, gebruiken
DE: hanteren (bezigen): benutzen, gebrauchen, hantieren, verwenden, anwenden, handhaben, einsetzen
EN: hanteren (bezigen): utilize, make use of, handle, employ, practise, use, take
ES: hanteren (bezigen): usar, utilizar, aprovechar, emplear, hacer uso de, iniciar, introducir, consumir
FR: hanteren (bezigen): prendre, user, employer, faire usage de, utiliser, appliquer, se servir de, user de
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehanteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hanteer jij hanteert hij hanteert wij hanteren jullie hanteren zij hanteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehanteerd jij hebt gehanteerd hij heeft gehanteerd wij hebben gehanteerd jullie hebben gehanteerd zij hebben gehanteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hanteerde jij hanteerde hij hanteerde wij hanteerden jullie hanteerden zij hanteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehanteerd jij had gehanteerd hij had gehanteerd wij hadden gehanteerd jullie hadden gehanteerd zij hadden gehanteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hanteren jij zult hanteren hij zal hanteren wij zullen hanteren jullie zullen hanteren zij zullen hanteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehanteerd hebben jij zult gehanteerd hebben hij zal gehanteerd hebben wij zullen gehanteerd hebben jullie zullen gehanteerd hebben zij zullen gehanteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hanteren jij zou hanteren hij zou hanteren wij zouden hanteren jullie zouden hanteren zij zouden hanteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehanteerd hebben jij zou gehanteerd hebben hij zou gehanteerd hebben wij zouden gehanteerd hebben jullie zouden gehanteerd hebben zij zouden gehanteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hanteer
|