NL: hannesenSynoniemen: klunzen, zeuren, zeiken, zaniken, teuten, talmen, druilen, drentelen, dralen, aarzelen, treuzelen
EN: hannesen (talmen): procrastinate, dawdle, linger, tarry, retard, saunter, delay, put off
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehannest
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hannes jij hannest hij hannest wij hannesen jullie hannesen zij hannesen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehannest jij hebt gehannest hij heeft gehannest wij hebben gehannest jullie hebben gehannest zij hebben gehannest
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hanneste jij hanneste hij hanneste wij hannesten jullie hannesten zij hannesten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehannest jij had gehannest hij had gehannest wij hadden gehannest jullie hadden gehannest zij hadden gehannest
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hannesen jij zult hannesen hij zal hannesen wij zullen hannesen jullie zullen hannesen zij zullen hannesen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehannest hebben jij zult gehannest hebben hij zal gehannest hebben wij zullen gehannest hebben jullie zullen gehannest hebben zij zullen gehannest hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hannesen jij zou hannesen hij zou hannesen wij zouden hannesen jullie zouden hannesen zij zouden hannesen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehannest hebben jij zou gehannest hebben hij zou gehannest hebben wij zouden gehannest hebben jullie zouden gehannest hebben zij zouden gehannest hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hannes
|