Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

hannesen vervoegen




NL: hannesen
Synoniemen: klunzen, zeuren, zeiken, zaniken, teuten, talmen, druilen, drentelen, dralen, aarzelen, treuzelen

EN: hannesen (talmen): procrastinate, dawdle, linger, tarry, retard, saunter, delay, put off

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gehannest
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik hannes
jij hannest
hij hannest
wij hannesen
jullie hannesen
zij hannesen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gehannest
jij hebt gehannest
hij heeft gehannest
wij hebben gehannest
jullie hebben gehannest
zij hebben gehannest
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik hanneste
jij hanneste
hij hanneste
wij hannesten
jullie hannesten
zij hannesten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gehannest
jij had gehannest
hij had gehannest
wij hadden gehannest
jullie hadden gehannest
zij hadden gehannest
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal hannesen
jij zult hannesen
hij zal hannesen
wij zullen hannesen
jullie zullen hannesen
zij zullen hannesen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gehannest hebben
jij zult gehannest hebben
hij zal gehannest hebben
wij zullen gehannest hebben
jullie zullen gehannest hebben
zij zullen gehannest hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou hannesen
jij zou hannesen
hij zou hannesen
wij zouden hannesen
jullie zouden hannesen
zij zouden hannesen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gehannest hebben
jij zou gehannest hebben
hij zou gehannest hebben
wij zouden gehannest hebben
jullie zouden gehannest hebben
zij zouden gehannest hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
hannes

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/hannesen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald