Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

handwerken vervoegen




NL: handwerken
Synoniemen: naaien

EN: do needlework, fiddle
ES: hacer labores, hacer cosas de casa por afición
FR: travailler manuellement, faire un ouvrage de dames

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gehandwerkt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik handwerk
jij handwerkt
hij handwerkt
wij handwerken
jullie handwerken
zij handwerken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gehandwerkt
jij hebt gehandwerkt
hij heeft gehandwerkt
wij hebben gehandwerkt
jullie hebben gehandwerkt
zij hebben gehandwerkt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik handwerkte
jij handwerkte
hij handwerkte
wij handwerkten
jullie handwerkten
zij handwerkten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gehandwerkt
jij had gehandwerkt
hij had gehandwerkt
wij hadden gehandwerkt
jullie hadden gehandwerkt
zij hadden gehandwerkt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal handwerken
jij zult handwerken
hij zal handwerken
wij zullen handwerken
jullie zullen handwerken
zij zullen handwerken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gehandwerkt hebben
jij zult gehandwerkt hebben
hij zal gehandwerkt hebben
wij zullen gehandwerkt hebben
jullie zullen gehandwerkt hebben
zij zullen gehandwerkt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou handwerken
jij zou handwerken
hij zou handwerken
wij zouden handwerken
jullie zouden handwerken
zij zouden handwerken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gehandwerkt hebben
jij zou gehandwerkt hebben
hij zou gehandwerkt hebben
wij zouden gehandwerkt hebben
jullie zouden gehandwerkt hebben
zij zouden gehandwerkt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
handwerk

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/handwerken

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald