NL: handenSynoniemen: fikken, jatten, klauwen
EN: hands
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehand
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hand jij handt hij handt wij handen jullie handen zij handen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben gehand jij bent gehand hij is gehand wij zijn gehand jullie zijn gehand zij zijn gehand
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik handde jij handde hij handde wij handden jullie handden zij handden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was gehand jij was gehand hij was gehand wij waren gehand jullie waren gehand zij waren gehand
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal handen jij zult handen hij zal handen wij zullen handen jullie zullen handen zij zullen handen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehand zijn jij zult gehand zijn hij zal gehand zijn wij zullen gehand zijn jullie zullen gehand zijn zij zullen gehand zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou handen jij zou handen hij zou handen wij zouden handen jullie zouden handen zij zouden handen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehand zijn jij zou gehand zijn hij zou gehand zijn wij zouden gehand zijn jullie zouden gehand zijn zij zouden gehand zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hand
|