NL: hamerenSynoniemen: beuken, bonken, kloppen, meppen, timmeren, slaan, rammen
DE: hameren (blijven herhalen): immer wiederholen
EN: hameren (blijven herhalen): keep repeating, harp
FR: hameren (blijven herhalen): insister sur, continuer à répéter
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehamerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hamer jij hamert hij hamert wij hameren jullie hameren zij hameren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehamerd jij hebt gehamerd hij heeft gehamerd wij hebben gehamerd jullie hebben gehamerd zij hebben gehamerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hamerde jij hamerde hij hamerde wij hamerden jullie hamerden zij hamerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehamerd jij had gehamerd hij had gehamerd wij hadden gehamerd jullie hadden gehamerd zij hadden gehamerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hameren jij zult hameren hij zal hameren wij zullen hameren jullie zullen hameren zij zullen hameren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehamerd hebben jij zult gehamerd hebben hij zal gehamerd hebben wij zullen gehamerd hebben jullie zullen gehamerd hebben zij zullen gehamerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hameren jij zou hameren hij zou hameren wij zouden hameren jullie zouden hameren zij zouden hameren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehamerd hebben jij zou gehamerd hebben hij zou gehamerd hebben wij zouden gehamerd hebben jullie zouden gehamerd hebben zij zouden gehamerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hamer
|