Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

hallucineren vervoegen




NL: hallucineren
Synoniemen: trippen

EN: hallucineren (hallucinaties hebben): hallucinate

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gehallucineerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik hallucineer
jij hallucineert
hij hallucineert
wij hallucineren
jullie hallucineren
zij hallucineren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gehallucineerd
jij hebt gehallucineerd
hij heeft gehallucineerd
wij hebben gehallucineerd
jullie hebben gehallucineerd
zij hebben gehallucineerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik hallucineerde
jij hallucineerde
hij hallucineerde
wij hallucineerden
jullie hallucineerden
zij hallucineerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gehallucineerd
jij had gehallucineerd
hij had gehallucineerd
wij hadden gehallucineerd
jullie hadden gehallucineerd
zij hadden gehallucineerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal hallucineren
jij zult hallucineren
hij zal hallucineren
wij zullen hallucineren
jullie zullen hallucineren
zij zullen hallucineren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gehallucineerd hebben
jij zult gehallucineerd hebben
hij zal gehallucineerd hebben
wij zullen gehallucineerd hebben
jullie zullen gehallucineerd hebben
zij zullen gehallucineerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou hallucineren
jij zou hallucineren
hij zou hallucineren
wij zouden hallucineren
jullie zouden hallucineren
zij zouden hallucineren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gehallucineerd hebben
jij zou gehallucineerd hebben
hij zou gehallucineerd hebben
wij zouden gehallucineerd hebben
jullie zouden gehallucineerd hebben
zij zouden gehallucineerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
hallucineer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/hallucineren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald