NL: hallucinerenSynoniemen: trippen
EN: hallucineren (hallucinaties hebben): hallucinate
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehallucineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hallucineer jij hallucineert hij hallucineert wij hallucineren jullie hallucineren zij hallucineren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehallucineerd jij hebt gehallucineerd hij heeft gehallucineerd wij hebben gehallucineerd jullie hebben gehallucineerd zij hebben gehallucineerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hallucineerde jij hallucineerde hij hallucineerde wij hallucineerden jullie hallucineerden zij hallucineerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehallucineerd jij had gehallucineerd hij had gehallucineerd wij hadden gehallucineerd jullie hadden gehallucineerd zij hadden gehallucineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hallucineren jij zult hallucineren hij zal hallucineren wij zullen hallucineren jullie zullen hallucineren zij zullen hallucineren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehallucineerd hebben jij zult gehallucineerd hebben hij zal gehallucineerd hebben wij zullen gehallucineerd hebben jullie zullen gehallucineerd hebben zij zullen gehallucineerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hallucineren jij zou hallucineren hij zou hallucineren wij zouden hallucineren jullie zouden hallucineren zij zouden hallucineren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehallucineerd hebben jij zou gehallucineerd hebben hij zou gehallucineerd hebben wij zouden gehallucineerd hebben jullie zouden gehallucineerd hebben zij zouden gehallucineerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hallucineer
|