NL: hakketakkenSynoniemen: krakelen, twisten, ruzieën, bekvechten, bakkeleien
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehakketakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hakketak jij hakketakt hij hakketakt wij hakketakken jullie hakketakken zij hakketakken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehakketakt jij hebt gehakketakt hij heeft gehakketakt wij hebben gehakketakt jullie hebben gehakketakt zij hebben gehakketakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hakketakte jij hakketakte hij hakketakte wij hakketakten jullie hakketakten zij hakketakten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehakketakt jij had gehakketakt hij had gehakketakt wij hadden gehakketakt jullie hadden gehakketakt zij hadden gehakketakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal hakketakken jij zult hakketakken hij zal hakketakken wij zullen hakketakken jullie zullen hakketakken zij zullen hakketakken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehakketakt hebben jij zult gehakketakt hebben hij zal gehakketakt hebben wij zullen gehakketakt hebben jullie zullen gehakketakt hebben zij zullen gehakketakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou hakketakken jij zou hakketakken hij zou hakketakken wij zouden hakketakken jullie zouden hakketakken zij zouden hakketakken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehakketakt hebben jij zou gehakketakt hebben hij zou gehakketakt hebben wij zouden gehakketakt hebben jullie zouden gehakketakt hebben zij zouden gehakketakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hakketak
|