EN: to haggleNL: knibbelen, schrapen, beknibbelen, knijpen
DE: feilschen, knabbern, schachern, knausern, zwacken
ES: regatear, escatimar, economizar
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
haggling
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I haggle you haggle he haggles we haggle you haggle they haggle
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have haggled you have haggled he has haggled we have haggled you have haggled they have haggled
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I haggled you haggled he haggled we haggled you haggled they haggled
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had haggled you had haggled he had haggled we had haggled you had haggled they had haggled
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will haggle you will haggle he will haggle we will haggle you will haggle they will haggle
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have haggled you will have haggled he will have haggled we will have haggled you will have haggled they will have haggled
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would haggle you would haggle he would haggle we would haggle you would haggle they would haggle
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have haggled you would have haggled he would have haggled we would have haggled you would have haggled they would have haggled
|