NL: haarklovenSynoniemen: chicaneren, muggenziften, vitten, muggeziften, bedillen
DE: haarkloven (muggenziften): kümmelspalten, haarspalten
EN: haarkloven (muggenziften): niggle, split hairs
ES: haarkloven (muggenziften): buscarle pelos al huevo
FR: haarkloven (muggenziften): chicaner
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gehaarkloofd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik haarkloof jij haarklooft hij haarklooft wij haarkloven jullie haarkloven zij haarkloven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gehaarkloofd jij hebt gehaarkloofd hij heeft gehaarkloofd wij hebben gehaarkloofd jullie hebben gehaarkloofd zij hebben gehaarkloofd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik haarkloofde jij haarkloofde hij haarkloofde wij haarkloofden jullie haarkloofden zij haarkloofden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gehaarkloofd jij had gehaarkloofd hij had gehaarkloofd wij hadden gehaarkloofd jullie hadden gehaarkloofd zij hadden gehaarkloofd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal haarkloven jij zult haarkloven hij zal haarkloven wij zullen haarkloven jullie zullen haarkloven zij zullen haarkloven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gehaarkloofd hebben jij zult gehaarkloofd hebben hij zal gehaarkloofd hebben wij zullen gehaarkloofd hebben jullie zullen gehaarkloofd hebben zij zullen gehaarkloofd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou haarkloven jij zou haarkloven hij zou haarkloven wij zouden haarkloven jullie zouden haarkloven zij zouden haarkloven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gehaarkloofd hebben jij zou gehaarkloofd hebben hij zou gehaarkloofd hebben wij zouden gehaarkloofd hebben jullie zouden gehaarkloofd hebben zij zouden gehaarkloofd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
haarkloof
|