NL: gutsenSynoniemen: druipen, gieten, gulpen
EN: the gushing
FR: le acte de gouger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegutst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik guts jij gutst hij gutst wij gutsen jullie gutsen zij gutsen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegutst jij hebt gegutst hij heeft gegutst wij hebben gegutst jullie hebben gegutst zij hebben gegutst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gutste jij gutste hij gutste wij gutsten jullie gutsten zij gutsten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegutst jij had gegutst hij had gegutst wij hadden gegutst jullie hadden gegutst zij hadden gegutst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal gutsen jij zult gutsen hij zal gutsen wij zullen gutsen jullie zullen gutsen zij zullen gutsen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegutst hebben jij zult gegutst hebben hij zal gegutst hebben wij zullen gegutst hebben jullie zullen gegutst hebben zij zullen gegutst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou gutsen jij zou gutsen hij zou gutsen wij zouden gutsen jullie zouden gutsen zij zouden gutsen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegutst hebben jij zou gegutst hebben hij zou gegutst hebben wij zouden gegutst hebben jullie zouden gegutst hebben zij zouden gegutst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
guts
|