NL: gunnenSynoniemen: schenken, toebedelen, toestaan, , vergunnen, toestemmen, toelaten, permitteren, laten, inwilligen, goedvinden, goedkeuren, duren, dulden, toewijzen, toekennen
DE: gunnen (gunst verlenen): gönnen, erlauben, bewilligen, zuerkennen, geben, gewähren, genehmigen, gutheißen, vergönnen
EN: gunnen (gunst verlenen): allow
ES: gunnen (gunst verlenen): echar, prestar, entregar, otorgar, proporcionar, suministrar, conferir, accedido, dar importancia a, obsequiar con, dar, servir, verter, regalar, ahorrar
FR: gunnen (gunst verlenen): permettre, prêter, livrer, consentir à, fournir, donner, accorder, accéder, procurer, distribuer, satisfaire à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegund
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik gun jij gunt hij gunt wij gunnen jullie gunnen zij gunnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegund jij hebt gegund hij heeft gegund wij hebben gegund jullie hebben gegund zij hebben gegund
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gunde jij gunde hij gunde wij gunden jullie gunden zij gunden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegund jij had gegund hij had gegund wij hadden gegund jullie hadden gegund zij hadden gegund
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal gunnen jij zult gunnen hij zal gunnen wij zullen gunnen jullie zullen gunnen zij zullen gunnen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegund hebben jij zult gegund hebben hij zal gegund hebben wij zullen gegund hebben jullie zullen gegund hebben zij zullen gegund hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou gunnen jij zou gunnen hij zou gunnen wij zouden gunnen jullie zouden gunnen zij zouden gunnen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegund hebben jij zou gegund hebben hij zou gegund hebben wij zouden gegund hebben jullie zouden gegund hebben zij zouden gegund hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
gun
|