NL: grootbrengenSynoniemen: opfokken, opvoeden, opleiden, kweken, dresseren, vormen
DE: grootbrengen (opvoeden): großbringen, erziehen
EN: grootbrengen (opvoeden): raise, bring up, rear, educate
ES: grootbrengen (opvoeden): criar, educar
FR: grootbrengen (opvoeden): élever, éduquer, nourrir, former, prendre soin de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
grootgebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik breng groot jij brengt groot hij brengt groot wij brengen groot jullie brengen groot zij brengen groot
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb grootgebracht jij hebt grootgebracht hij heeft grootgebracht wij hebben grootgebracht jullie hebben grootgebracht zij hebben grootgebracht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bracht groot jij bracht groot hij bracht groot wij brachten groot jullie brachten groot zij brachten groot
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had grootgebracht jij had grootgebracht hij had grootgebracht wij hadden grootgebracht jullie hadden grootgebracht zij hadden grootgebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal grootbrengen jij zult grootbrengen hij zal grootbrengen wij zullen grootbrengen jullie zullen grootbrengen zij zullen grootbrengen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal grootgebracht hebben jij zult grootgebracht hebben hij zal grootgebracht hebben wij zullen grootgebracht hebben jullie zullen grootgebracht hebben zij zullen grootgebracht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou grootbrengen jij zou grootbrengen hij zou grootbrengen wij zouden grootbrengen jullie zouden grootbrengen zij zouden grootbrengen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou grootgebracht hebben jij zou grootgebracht hebben hij zou grootgebracht hebben wij zouden grootgebracht hebben jullie zouden grootgebracht hebben zij zouden grootgebracht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
breng groot
|