NL: groeperenSynoniemen: indelen, ordenen, systematiseren, arrangeren
EN: groeperen (indelen): classify, group
FR: groeperen (indelen): ficher, grouper, classer, classifier, repartir, catégoriser, arranger, systématiser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegroepeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik groepeer jij groepeert hij groepeert wij groeperen jullie groeperen zij groeperen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegroepeerd jij hebt gegroepeerd hij heeft gegroepeerd wij hebben gegroepeerd jullie hebben gegroepeerd zij hebben gegroepeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik groepeerde jij groepeerde hij groepeerde wij groepeerden jullie groepeerden zij groepeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegroepeerd jij had gegroepeerd hij had gegroepeerd wij hadden gegroepeerd jullie hadden gegroepeerd zij hadden gegroepeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal groeperen jij zult groeperen hij zal groeperen wij zullen groeperen jullie zullen groeperen zij zullen groeperen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegroepeerd hebben jij zult gegroepeerd hebben hij zal gegroepeerd hebben wij zullen gegroepeerd hebben jullie zullen gegroepeerd hebben zij zullen gegroepeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou groeperen jij zou groeperen hij zou groeperen wij zouden groeperen jullie zouden groeperen zij zouden groeperen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegroepeerd hebben jij zou gegroepeerd hebben hij zou gegroepeerd hebben wij zouden gegroepeerd hebben jullie zouden gegroepeerd hebben zij zouden gegroepeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
groepeer
|